In Nederland leven ruim 300.000 mensen met een visuele beperking. Voor wie te maken krijgt met ernstige visuele problematiek, biedt Koninklijke Visio – Het Loo Erf in Apeldoorn een intensief revalidatieprogramma. Cliënten verblijven hier meerdere dagen per week om te werken aan praktische vaardigheden, psychologische veerkracht en algemeen welzijn. Dat deze aanpak effect heeft, was al bekend, maar hoe meet je die vooruitgang eigenlijk het beste?
Die vraag stond centraal in de VHLE‑studie (Visio Het Loo Erf‑studie), een gezamenlijk onderzoek van Amsterdam UMC en Koninklijke Visio. De studie onderzocht hoe cliënten en zorgprofessionals vooruitgang ervaren, welke factoren deze beïnvloeden en hoe voortgangsmetingen in de praktijk kunnen worden toegepast.
Vooruitgang in zeven domeinen
Uit interviews met 19 (oud‑)cliënten en 10 zorgprofessionals kwam naar voren dat vooruitgang zich afspeelt op zeven met elkaar verbonden gebieden:
- Mindset: leren omgaan met de beperking, accepteren van veranderingen en ontwikkelen van een positiever toekomstbeeld.
- Kennis en strategieën: inzicht in eigen grenzen, energiemanagement en nieuwe manieren van communiceren.
- Praktische vaardigheden: zelfstandiger worden in mobiliteit, zelfzorg en gebruik van hulpmiddelen.
- Zelfredzaamheid: groeiend zelfvertrouwen en meer regie over het eigen leven.
- Sociale participatie: actief blijven in werk, studie of vrije tijd.
- Relaties: veranderde rolpatronen en steun van naasten en lotgenoten.
- Persoonlijke ontwikkeling: een sterker zelfbeeld en meer emotioneel inzicht.
Wat bepaalt succesvolle revalidatie?
De onderzoekers zagen dat vooruitgang door verschillende factoren beïnvloed wordt, zoals:
- Persoonlijke kenmerken, waaronder leeftijd, energie en cognitief vermogen.
- Copingstrategieën: actieve, oplossingsgerichte houdingen stimuleren herstel.
- Sociale steun van familie en vrienden.
- Revalidatieomstandigheden: voldoende oefentijd, structuur en afstemming binnen het team.
- Kwaliteit van zorg: een goede relatie met zorgprofessionals en vraaggerichte begeleiding.
- Overgang naar huis: aandacht voor follow‑up en het betrekken van naasten voorkomt terugval.
Het belang van meten
Zowel cliënten als professionals zien het meten van voortgang als een waardevol hulpmiddel om behandelingen beter af te stemmen op individuele behoeften. Een combinatie van kwantitatieve en kwalitatieve methoden blijkt het meest effectief: vragenlijsten geven betrouwbare cijfers, terwijl gesprekken en zelfreflecties betekenis en context toevoegen.
Bij voorkeur vinden deze metingen plaats op vaste momenten: aan het begin, halverwege, aan het eind en enkele maanden na het traject. De meetinstrumenten moeten toegankelijk zijn voor mensen met een visuele beperking en geïntegreerd worden in bestaande zorgmomenten, zodat de belasting beperkt blijft.
Naar doelmatiger revalidatie
De VHLE‑studie vormt een belangrijke stap naar meer doelmatige visuele revalidatie in Nederland. Systematisch meten met patiëntgerapporteerde uitkomsten (PROMs) maakt het mogelijk om programma’s beter te evalueren en te verbeteren. Dat draagt niet alleen bij aan een effectievere behandeling, maar helpt ook om beschikbare middelen zorgvuldiger in te zetten.
“Door cliënten zelf actief te betrekken bij het meten van hun voortgang, ontstaat meer inzicht én eigenaarschap over hun herstel,” aldus de onderzoekers.
Publicatie
De volledige resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het Journal of Patient‑Reported Outcomes:
Van Munster, E.P.J., Schilderman, A.B.M., Van Nispen, R.M.A., Roelofs, A.A.J., Bootsma, A.M. & Van der Aa, H.P.A. (2025). Exploring patient-reported outcomes to assess progress in inpatient low vision rehabilitation.
Lees de publicatie hier.