VHLE-studie: doelmatigheid intensieve revalidatie

Klinisch onderzoek

Ruth van Nispen en Hilde van der Aa voeren het project uit, getiteld “Voortgangsmetingen voor cliënten in de intensieve revalidatie – Hoge doelmatigheid voor de cliënt”. Het onderzoek vindt plaats bij Koninklijke Visio – Het Loo Erf in Apeldoorn. Klinisch fysicus Ton Roelofs van Visio is projectleider.

Onderzoeker

Ruth van Nispen & Hilde van der Aa

Positie

Onderzoekers

Financiering

Novum/Koninklijke Visio

Periode

2021-2023

VHLE-studie: doelmatigheid intensieve revalidatie

In Nederland leven ruim 300.000 mensen met een visuele beperking. Deze beperking heeft grote invloed op het dagelijks functioneren en de kwaliteit van leven. Voor wie te maken krijgt met ernstige visuele problematiek, biedt Koninklijke Visio – Het Loo Erf in Apeldoorn een intensief revalidatieprogramma. Cliënten verblijven meerdere dagen per week in deze gespecialiseerde instelling om te werken aan praktische vaardigheden, psychologische veerkracht en persoonlijk welzijn. Hoewel bekend is dat deze intensieve revalidatie positieve effecten heeft op zelfstandigheid en mentale gezondheid, was tot nu toe weinig bekend over de manier waarop vooruitgang het best kan worden gemeten.

 

De VHLE-studie (Visio Het Loo Erf Studie) van Amsterdam UMC en Koninklijke Visio brengt daar verandering in. Het onderzoek richtte zich op de vraag hoe cliënten en zorgprofessionals vooruitgang ervaren, welke factoren hierop van invloed zijn en hoe voortgangsmetingen in de revalidatiepraktijk kunnen worden toegepast.

 

Wat betekent vooruitgang volgens cliënten en professionals?

 

Uit interviews met 19 (oud-)cliënten en 10 zorgprofessionals bleek dat vooruitgang zich afspeelt op zeven samenhangende gebieden.

  • Mindset: cliënten leren hun beperking te accepteren, ontwikkelen een positievere kijk op de toekomst en ervaren minder interne strijd.
  • Kennis en strategieën: zij krijgen beter inzicht in eigen behoeften, leren omgaan met energie en ontdekken nieuwe manieren om te communiceren en dagelijkse handelingen uit te voeren.
  • Praktische vaardigheden: van zelfzorg en mobiliteit tot het gebruik van technologische hulpmiddelen – cliënten vergroten hun zelfstandigheid in alledaagse taken.
  • Zelfredzaamheid: het zelfvertrouwen groeit, men durft vaker om hulp te vragen en neemt meer regie over het eigen leven.
  • Sociale participatie: cliënten leren hoe zij actief kunnen deelnemen aan werk, studie of sociale activiteiten, ondanks hun beperking.
  • Relaties: de omgang met anderen verandert; er komt meer begrip voor nieuwe rolverdelingen in gezinnen en de steun van lotgenoten speelt een belangrijke rol.
  • Persoonlijke ontwikkeling: zaken als zelfbeeld, zelfcompassie en emotioneel inzicht nemen merkbaar toe.

 

Factoren die vooruitgang beïnvloeden

 

De onderzoekers identificeerden daarnaast uiteenlopende factoren die de voortgang tijdens de revalidatie kunnen bevorderen of juist belemmeren.

  • Persoonlijke kenmerken zoals leeftijd, lichamelijke of psychische klachten, energie en cognitief vermogen spelen mee.
  • Copingstrategieën – de manier waarop iemand omgaat met beperkingen en stress – blijken cruciaal; actieve, oplossingsgerichte houdingen zijn vaak succesvoller.
  • Sociale steun vanuit familie, vrienden of lotgenoten helpt tijdens het revalidatieproces.
  • Revalidatieomstandigheden, zoals voldoende tijd om te leren en herhalen, goede planning en afstemming, zijn eveneens belangrijk.
  • Ook de kwaliteit van zorg – de relatie met zorgprofessionals, samenwerking in het team en of de behandeling vraaggericht is – beïnvloedt de resultaten.
  • Tot slot blijkt de overgang naar de thuissituatie kwetsbaar: het betrekken van naasten en aandacht voor opvolging na ontslag zijn essentieel om terugval te voorkomen.

 

Hoe kan vooruitgang worden gemeten?

 

Zowel cliënten als professionals zien potentie in het meten van vooruitgang om het revalidatietraject beter af te stemmen op individuele behoeften. De voorkeur gaat daarbij uit naar een combinatie van kwantitatieve en kwalitatieve methoden.
Kwantitatieve metingen, zoals vragenlijsten met scores, bieden objectieve en betrouwbare gegevens. Kwalitatieve methoden, zoals gesprekken of zelfreflecties, voegen persoonlijke context toe en maken de resultaten betekenisvoller.

Respondenten gaven aan dat het effectief is om voortgang op vaste momenten te meten – bijvoorbeeld bij de start, halverwege en aan het einde van het traject, en bij een follow‑up enkele maanden later. Het is van belang dat cliënten zelf actief betrokken zijn bij deze metingen, eventueel samen met hun begeleider. De meetinstrumenten moeten gebruiksvriendelijk en toegankelijk zijn voor mensen met een visuele beperking.

De uitkomsten kunnen in persoonlijke gesprekken of multidisciplinaire overleggen besproken worden. Sommige cliënten gaven aan dat het weergeven van resultaten in percentages helpt om inzicht te krijgen in hun voortgang en motivatie te behouden. Belangrijk is wel dat de metingen niet

te belastend zijn en geïntegreerd worden in bestaande zorgmomenten.

 

Waarom is dit onderzoek belangrijk?

 

De resultaten van de VHLE‑studie leveren waardevolle bouwstenen voor de verdere ontwikkeling van intensieve visuele revalidatie in Nederland. Door voortgang systematisch te meten met patiëntgerapporteerde uitkomsten (PROMs), ontstaat inzicht in de effectiviteit van behandelingen én kunnen programma’s beter worden bijgestuurd.

Op grotere schaal biedt het meten van voortgang ook kansen voor beleid en praktijk: het maakt zichtbaar welke factoren bijdragen aan succesvolle revalidatie, verkort mogelijk de duur van trajecten en verhoogt de doelmatigheid van zorg. Zo helpt het onderzoek niet alleen cliënten, maar ook hun omgeving en de samenleving als geheel om de beschikbare middelen effectiever in te zetten.

 

Meer informatie

 

De resultaten van dit onderzoek zijn gepubliceerd in het Journal of Patient-Reported Outcomes:
Van Munster, E.P.J., Schilderman, A.B.M., Van Nispen, R.M.A., Roelofs, A.A.J., Bootsma, A.M. & Van der Aa, H.P.A. (2025). Exploring patient-reported outcomes to assess progress in inpatient low vision rehabilitation. Lees de publicatie hier.